Avondlied

Oh Heer, d’avond is neergekomen.
De zonne zonk, het duister klom.
De winden doorruisen de bomen
En verre sterren staan alom.

Wij knielen neer om u te zingen
In’t slapend woud, ons avondlied.
Wij danken u voor wat w’ontvingen,
en vragen: Heer, verlaat ons niet.

Knielen, knielen, knielen wij neder.
Door de stilte weerklinkt onze bee.
Luist’rend, fluist’ren, kruinen mee.
En sterren staren teder.
Geef ons, Heer, zegen en rust en vree.