Totemisatie

In onze groep

Bij de scouts van Aarschot doen de eerstejaars jong-giver een totemproef en krijgen zo een vaste dierennaam samen met een voortotem die veranderlijk is (adjectief). Deze naam en voortotem veranderen als het nodig is in het eerste giverjaar aan de hand van een nieuwe proef.

Pas vanaf de leiding zal je voor altijd dezelfde totem behouden. Zowel in je eerste als tweede jaar krijg je een stevige proef om te bewijzen dat je een echte scouts bent. Na dat tweede jaar ben je vaste totem.

Totems zijn bij ons dieren en worden op basis van karaktereigenschappen gekozen. In de totemmap zoeken we zorgvuldig naar het dier dat het beste bij het lid of de leiding past!

Oorsprong: een oerritueel

Het geven van totems, dier- of natuurnamen, is een traditie die haar oorsprong vindt in de riten en gewoonten van vele natuurvolkeren, zowel bij de indianen van Noord Amerika als bij de Afrikaanse volkeren. Bij deze volkeren bestond de gewoonte, de eigenschappen (zowel fysische als morele) van een krijger te vergelijken met de eigenschappen van dieren, planten of andere natuurelementen. De kern van de totemisatie is het naamgeven van een persoon naar een dier of natuurelement met wie hij het meeste eigenschappen gemeen heeft.

Om in aanmerking te komen voor een totem moest de krijger bepaalde proeven afleggen. Hij moest bijvoorbeeld een periode in de woestijn overleven, slechts minimaal bewapend en met zo weinig mogelijk materiaal. Deze proeftijd gebeurde meestal in afzondering. De teervoet werd met zichzelf geconfronteerd, met zijn slechte en goeden eigenschappen en vaardigheden. Hij moest zich zien te redden in een vijandige natuur met de meest eenvoudige middelen. Hij was alleen aan zichzelf overgelaten en ging op zoek naar de zin van zijn bestaan: wie ben ik? Wat kan ik? Wat is mijn opdracht?

De zin van deze proeven lag hierin, dat de stam, om te overleven harde krijgsmannen nodig had. Zoals in de natuur alleen de meest aangepaste overleeft, zo probeerde de stam ook een selectie door te voeren. Met deze harde proeven kon de krijger bewijzen een waardig, sterk, listig, … en dus nuttig lid van de stam te zijn.

Er was wel een groot verschil in de opgelegde proeven, ze werden aangepast aan de bijdrage die elk individu afzonderlijk kon leveren. In essentie was het dus ook een groepsgebeuren. De stam had nood aan verschillende vaardigheden, alle leden van de stam moesten door hun individueel kennen en kunnen bijdragen tot de ontplooiing en de instandhouding van de stam. De totemisatie proef werd dan ook gebruikt als een gelegenheid om die persoonlijke capaciteiten van het stamlid te onderzoeken en te bevestigen.

De totemisatie was dus tegelijkertijd individueel en groepsgericht: aanvaarding van het individu in de groep (opname) en erkenning van de persoonlijke eigenheid van elk stamlid afzonderlijk (naamgeving).

Baden Powell

Tijdens zijn koloniale reizen in Afrika en India kreeg Baden Powell bijnamen : de Matabele noemden hem “Impeesa”, de wolf die nooit slaapt, omdat hij ’s nachts lang op verkenning ging en zo de getalsterkte van zijn vijanden kon tellen aan de hand van het aantal kampvuren. De bijnaam die de Ashanti aan B.P. gaven valt makkelijk te begrijpen: “Kantakye” of de man met de grote hoed.
Het totemisatie ritueel in scouting zal waarschijnlijk ook sterk beïnvloed zijn door de beweging van de Woodcraft-Indians, gesticht door Walter Thompson-Setton.

Deze Amerikaan stichtte in de U.S.A een jeugdbeweging die de Indiaanse cultuur terug in ere wou herstellen, zij het sterk romantiserende en niet altijd waarheidsgetrouw. Scouting overvleugelde deze beweging maar nam wel verschillende elementen in haar werking over.

Ook in scouting bestaat dus de gewoonte om leden proeven te laten afleggen om hun totem te bekomen en ook hier probeert die totem de meest typische eigenschappen van iemand te beschrijven. Het ligt nu voor de hand dat binnen onze beweging niet louter wordt stilgestaan bij de fysische eigenschappen van een mens maar dat we eveneens sociale vaardigheden beklemtonen. Sociale vaardigheden, omdat die in onze samenleving immers ook levensbelangrijk zijn voor ons.

In dit verband is het dan ook logisch dat sociale accenten worden gelegd bij het totemiseren en heeft het uiteraard miet de minste zin om zeer harde fysische of vernederende proeven op te leggen Overigens zou het vernederen van onze leden 200% in strijd zijn met de opvoedkundige doelstellingen van VVKSM en los daarvan beantwoordt zoiets totaal niet aan de wereld van de echte indiaan, die vanuit zijn cultuur, ondanks onbeschrijfelijke eigen vernederingen, grenzeloos eerbied blijft opbrengen voor medemensen. Een totemisatie is te belangrijk om er een soort holle studentendoop van te maken.